School in Wijdenes
Mevr. L.P.J. de Jager Meezenbroek-van Beverwijk
Mevr. L.P.J. de Jager Meezenbroek-van Beverwijk was vanaf de jaren 1920 tot 1950 belangrijk voor de Hollandse kantwereld. Ze stichtte de kantschool ‘Ieder voor allen’ in Wijdenes en was de grondlegger van de Nieuwe Hollandsche Kant, een vernieuwing in het kantontwerp.
Mevr. De Jager Meezenbroek is op 20 mei 1869 geboren als Louise Pierette Jacqueline van Beverwijk. Ze bracht haar jeugd door in Schijndel (NB) totdat ze in Amsterdam ging studeren. Daar ging ze naar de Kunstnijverheidsschool, Quellinus, vlakbij het Rijksmuseum. Ze studeerde af als kantkloslerares.
In 1897 trouwde ze met ds. Nicolaas de Jager Meezenbroek, predikant in Graft (NH).
Behalve creatief was ze ook erg intelligent.. Ze vertaalde verscheidene theologische boeken vanuit het Frans, Duits, Engels en Noors in het Nederlands.
Daaruit blijkt haar taalvaardigheid, maar ook uit de kinderboeken, die ze schreef zoals ‘De zoon van de luchtschipper’ naar een boek van Emma Kraft in het Noors en ‘Toen Else dertien was’.
Voorkant van het boek Toen Else dertien was

In 1919 werd mevr. De Jager Meezenbroek lerares kantklossen aan dezelfde school als waar ze haar opleiding had gehad.
Daarvoor al was ze in 1914 samen met haar man verhuisd naar Wijdenes, een klein dorp in Noord-Holland, vlakbij de Zuiderzee. Al vrij snel na haar komst daar richtte ze de kantklosschool ‘Ieder voor allen’ op. Het was een welvarend dorp en er bestond voor de vrouwen daar geen noodzaak om te werken om zo in het onderhoud van het gezin bij te dragen. Mevr. De Jager Meezenbroek echter vond, dat de vrouwen in de winter niet genoeg te doen hadden Ze moesten iets te doen hebben en dan iets wat echt iets betekende en hen in staat zou stellen wat geld te verdienen.
De meeste kant, die werd gemaakt, voldeed niet aan de zeer uitgesproken opvattingen van mevr. de Jager Meezenbroek. Deze ‘ouderwetse’ kanten, die vaak het resultaat waren van samengeraapte motieven, gingen haar insziens tegen alle kulturele ontwikkelingen van die tijd in. Zij vond dat de kant moest voldoen aan de eisen van de tijd, zowel op technisch als esthetisch vlak. Wat vormgeving betrof kwam dat neer op ‘goede verhoudingen, krachtige lijnen, harmonie en ritme. Zonder dat mist het ontwerp elke kulturele waarde.
In die tijd werden de meetkundige principes van architecten als H.P. Berlage, K.P.C. de Bazel en Mathieu Lauwriks nauwelijks in kantontwerpen toegepast. Mevr. De Jager Meezenbroek was de eerste die dit deed. Ze stond sterk onder invloed van N.J. van der Vecht, die tekenles aan de Rijkschool voor Kunstnijverheid. Deze pleitte ervoor dat de ontwerpen voor de toegepaste kunst uitgingen van het vlak, dat moest worden verfraaid. Dat moest eerst worden ingedeeld, dan er een ritme in vinden en pas dan kon het motief ontworpen worden. Het motief was dus ondergeschikt aan de toepassing en niet andersom, wat volgens Van der Vecht meer bij de beeldende kunst hoorde. Hij wees erop dat het ontwerpen voor de toepaste kunst, zoals kantklossen, uit moest gaan van het te gebruiken materiaal en techniek.
In navolging hiervan ging mevr. De Jager Meezenbroek terug naar het wezen van de kant, namelijk draden die elkaar haaks of schuin kruisen en de contrastgradaties tussen de dichte linnenslag en de meer open netslag en vlechtengronden. Deze elementen samen met de geometrische elementen, zoals vierkanten, rechthoeken, cirkels ed. vormden het uitgangspunt van haar ontwerpen. Het werd dus geen allegaartje van afzonderlijke motieven, maar een ritmisch gestructureerde, in enen gekloste kant. Veel van haar ontwerpen zijn dan ook zuiver geometrisch, maar ook figurale motieven worden zo behandeld. Steeds is de techniek helder en logisch en met een altijd weer opvallend sober dessin.
Korenbloemkleedje

Ook kenmerkend voor haar ontwerpen is de manier waarop ze getekend worden. Diepzwarte vlakken voor de dichte linnenslag en soms opener netslag gedeelten en duidelijke lijnen voor de vlechten, die de kant tot een geheel maakten.
Patroon korenbloemrand

Ze was van de kwaliteit van haar ontwerpen en de weg die ze hiermee had ingeslagen, overtuigd. Zo overtuigd, dat ze het de ‘Nieuwe Hollansche Kant’ noemde.
Mevr. De Jager Meezenbroek heeft verschillende kantboeken gepubliceerd, zoals
Het Leerboek van het klossen van Kantwerk, uitgegeven rond 1924 door Holkema en Warendorf
Kantklostechniek met eenvoudige voorbeelden, uitgegeven 1935
Modern Kantklossen, uitgegeven 1936 door Holkema en Warendorf
Kantklossen, techiek met eenvoudige voorbeelden, uitgegeven 1952 door ESKA
Het eerste boek is niet alleen een leerboek om te leren kantklosklossen maar ook om kloskant te ontwerpen.
In maart 1932 werd een nieuwe organisatie ondermeer door mevr. De Jager Meezenbroek, opgericht: De Kantnijverheid. Deze streefde naar bevordering van ee specifiek Nederlands product, het opleiden van volwaardige, zelfstandige kantwerksters en een productie die én de arbeidster én de koopster ten goede komt. De organisatie organiseerde ook verkoopexposities. Hiervoor werd de kant gekeurd en voorzien van een kaartje van de vereniging waarop de naam van de maakster en de prijs vermeld werden.
Klimop uit Naaldwerk en Kant

In navolging van de mode van toen werd de kant niet meer alleen in het wit gemaakt, maar werd er ook kleur toegepast. De school in Wijdenes bestaat nog steeds. Tot wanneer mevr. De Jager Meezenbroek directrice van de kantklosschool in Wijdenes was, heb ik nog nergens kunnen vinden. Wel dat ze in 1919, toen ze kantkloslerares aan de School voor Kunstnijverheid in Amsterdam werd, ophield met het lesgeven in Wijdenes.
Ze overleed op 20 november 1961 in Amsterdam. Ze was toen 92 jaar.

Kantklosboeken:
Leerboek van het klossen van kantwerk (1924)
Kantklostechniek met eenvoudige voorbeelden (1935)
Modern kantklossen, de leergang voor beginners en gevorderden (1936)
Kantklossen techniek met eenvoudige voorbeelden (1952)

Kinderboeken:
Toen Else dertien was (1909)
Sint-Jansfeest (1910),
De zoon van de luchtschipper (1910)
De jonge van Doorns (1912)
Als je dertien bent (1920)

Bronnen:
Marjan de Groot, Vrouwen in de vormgeving in Nederland 1880-1940, Amsterdam 2000.
Beeldbank Historische Vereniging Suyder-Cogge (zoekwoorden: kantklosschool en de Jager Meezenbroek).
Kantklosschool “Ieder voor allen Wijdenes”.
Patricia Wardle: Nuttig en Nodig, Nederlandse Kantopleidingen 1850-1940

Dit artikel werd eerder gepubliceerd in het OIDFA Bulletin nr. 3 -2022.

© Gon Homburg4-01-2024